De bedenker van de titel van het boek aan het woord; Jairzinho Litaay

Ruim 2,5 jaar geleden was het een van onze eerste taken om een sterke titel te bedenken voor het gedenkboek. Hiervoor zijn wij een prijsvraag gestart met als uiteindelijke winnaar de titel voor het boek: “Van Ambon Manisé naar de Bomenbuurt.”
De titel omvat alles, namelijk de reis die onze eerste generatie heeft afgelegd vanuit de Molukken (Ambon Manisé) naar de Bomenbuurt, waarvan de Molukse wijk in Alphen aan den Rijn onderdeel is. De titel is bedacht door Jairzinho Litaay. De subtitel 50 jaar Moluks erfgoed Alphen aan den Rijn is bedacht door bestuurslid Emma Talahaturuson. Wij hebben Jairzinho gevraagd om zijn gevoel te uiten rondom de titel en 50 jaar Molukkers in Alphen aan den Rijn.

Zinho

“Vroeger was alles anders en dat geldt ook voor mijzelf! Ik was het ‘rotjochie’ en ‘schoffie’ van de wijk waar sommige kids zelfs niet eens mee mochten spelen. Ik moet zeggen dat dat me heeft gevormd tot de persoon wie ik nu ben. Ondernemend, brutaal, vlot gebekt en ‘on the edge’. Daarentegen ook sociaal en open, want van vroeger heb ik ook geleerd hoe ik niet tegen mijn medemens moet doen dus daarom is het roer om gegaan.

Het is een waanzinnige en tijdloze eer dat het gedenkboek ter gelegenheid van het 50-jarige bestaan van de Alphense Molukse wijk de titel draagt die ik heb verzonnen. Er is mij daarom gevraagd om een stuk te schrijven over de totstandkoming van de titel en mijn beleving bij de viering. Net zoals menig radio-DJ, politicus of perschef ga ik stiekem een beetje ‘misbruik’ maken van deze gelegenheid. Je krijgt namelijk niet altijd de kans op zo’n podium en om zo’n breed publiek aan te spreken.

Zodra je begint te lezen lijkt mijn verhaal een negatieve lading te hebben, maar het tegendeel is waar en dat zul je merken aan het einde van het verhaal. Stel jezelf deze vraag: wat vier jij dit jaar; de afgelopen 50 jaar of veel spannender nog, de komende (laten we beginnen met 10) jaren van het bestaan van de Alphense Molukse wijk?

Ik zal heel eerlijk zijn; ik vier de afgelopen 50 jaar, want ik verwacht dat de wijk in deze vorm over 15 jaar niet meer bestaat en de kerk binnen 10 jaar de deuren sluit. En waarom denk ik dat? Ik betrap mezelf erop dat ik sinds een aantal jaar steeds meer afstand neem van de Molukse gemeenschap en Molukse tradities, terwijl ik 5 jaar geleden heel veel zaken zou laten om me in te zetten voor alles wat met de wijk of kerk te maken had. Geloof me, ik denk er veel aan maar het overkomt me wel. Ik ben me er ook bewust van maar ik kan geen vinger op de zere plek leggen waarom het is gebeurd. Misschien weet ik deels wel waar het vandaan komt. We zijn namelijk en dat wordt steeds erger, een economisch en tijdgedreven gemeenschap (alle mensen). En men zegt wel eens ‘tijd is geld’. In mijn beleving klopt dat ook, want ik zou soms willen dat er 34 uur in een dag zit om mijn werk te doen en (na) te genieten van de mooie dingen in het leven. We moeten allemaal ontzettend hard werken voor ons geld, aangezien we aan alle kanten worden geknepen en moeten inleveren. Waar moet ik dan in hemelsnaam de tijd vandaan halen om me nog vrijwillig en volwaardig in te zetten voor de Molukse wijk. Ik zou het niet weten!

Een andere enge ontwikkeling is dat ik zie dat mensen vaak alles maar voor lief nemen en bepaalde zaken maar accepteren. Begrijp me goed, zaken waar je absoluut geen invloed op hebt moet je ook zo snel mogelijk accepteren. Maar vraag jezelf alsjeblieft minimaal 3 keer af of je niet voor de gek wordt gehouden of dat je er toch nog iets aan kan doen. Het zal je ontzettend helpen.

En daar schuilt het gevaar voor mijn en volgende generaties. We geraken steeds verder van onze roots af en worden steeds meer opgezogen door de Westerse/Nederlandse normen en waarden. Molukkers worden daar zelfs om bejubeld. ‘Zij passen zich heel goed aan’ hoor ik Nederlanders vaak zeggen. Een waanzinnig compliment maar misschien wel de grootste dreiging voor behoud van het Molukse erfgoed. Het is eigenlijk een simpele formule: hoe meer toewijding aan en kennis van een bepaald doel des te groter de motivatie om het doel te behalen. Als we zeggen dat het doel ‘behoud Molukse wijk’ is en onze generaties steeds verder afdwalen (minder toewijding aan en kennis over het Molukse erfgoed) dan moet ik pijnlijk genoeg concluderen dat de motivatie ver te zoeken is om ‘ons doel’ te behalen.

Ik heb dan ook heel veel respect voor de (jonge) mensen die zich ondanks alle verplichtingen en arbeid inzetten voor het behoud van ons erfgoed. En wat ik eigenlijk met bovenstaande wil zeggen is dat we met z’n allen eens verdomd goed in de spiegel moeten kijken en beseffen dat we allemaal onze bijdrage moeten leveren om een groot deel van het Molukse erfgoed te bewaken. Het is makkelijk om naar elkaar te kijken en om niet samen te werken werken vanwege oude, persoonlijke vetes et cetera. Dat noem ik echter de weg van de minste weerstand en die kennen we allemaal. Een revolutie is pas een revolutie als enkelen opstaan en meerdere volgen om een bepaald doel te bereiken. Mocht het ons dus lukken en de wijk en kerk bestaan nog over 20 jaar, dan vind ik de tussenliggende periode en de generaties die daartoe hebben bijgedragen revolutionair en legendarisch.

Maar goed we dwalen af..

Laten we weer terug komen op het oorspronkelijke verzoek dus op de titel van het gedenkboek “Van Ambon Manisé naar de Bomenbuurt”. Ze zeggen altijd dat de eerste ingeving de beste is, maar dat was in dit geval niet waar. Dit is was voor mij persoonlijk namelijk de derde keus van mijn ingezonden titels. Maar over smaak valt niet te twisten.

‘Ambon Manisé’ betekende vroeger voor mij gewoon een andere naam voor de Molukken. Je kent het wel van die t-shirtjes die je kreeg van vakantiegangers. Ik had tot mijn 10e geen flauw idee dat Ambon de grootste stad van de Molukken was naast de hoofdstad Sila-Leinitu op Nusalaut. Dus wat mij betreft hoort ‘Ambon Manisé’ gewoonweg in de titel thuis. En voor ‘Bomenbuurt’ geldt eigenlijk hetzelfde. In mijn jeugd kende ik alle straatnamen in de wijk wel maar ik was me er tot op latere leeftijd nooit bewust van dat het namen van bomen waren. Toen dat besef kwam begreep ik pas waarom we in de ‘Bomenbuurt’ woonden en nu nog steeds wonen.

Bedankt voor jullie aandacht. Een diepe buiging voor iedereen die zich keihard en onvermoeibaar heeft ingezet voor het behoud van het Alphense Molukse erfgoed. Maak wat van onze 50-jarige viering en zet je schrap voor wat er daarna komen zal. Ik hoop niet dat ik voor mezelf spreek, maar ik wil niet dat onze generatie verantwoordelijk is voor het verlies van ons grootste erfgoed”.

Jairzinho Litaay